Netto Contante Waarde

Investeringsbeslissingen: netto contante waarde en interne rentabiliteit Bij het beoordelen van investeringsprojecten zijn twee vragen belangrijk:
  1. is een project rendabel, d.w.z. is het de moeite waard om de voorgestelde investering uit te voeren?
  2. hoe rangschik je de rendabele projecten in volgorde van wenselijkheid om uit te voeren (bv. bij het slechts kunnen beschikken over een beperkte hoeveelheid te investeren kapitaal)? 
Naast terugbetalingstijd (“payback”) wordt hier meestal gebruik gemaakt van de begrippen netto contante waarde (“net present value [NPV]”, netto huidige waarde of netto actuele waarde) en interne rentabiliteit (“internal rate of return [IRR]”). We bespreken deze twee begrippen, waarbij enkel de netto contante waarde methode een ‘goed’ antwoord geeft op beide bovengestelde vragen. We beschouwen hierbij als voorbeeld een project dat jaarlijks de volgende kasstromen genereert over de looptijd 5 jaar:       waarbij negatieve bedragen wijzen op uitgaven, positieve op inkomsten en waarbij de kasstroom in jaar genoteerd wordt als . Bij een gegeven marktrentevoet , d.w.z. de opportuniteitskost voor kapitaal die we voor de eenvoud gelijk nemen aan zowel de rentevoet voor lenen als deze voor beleggen, wordt de netto contante waarde [“Net Present Value”] gedefinieerd als de huidige waarde van al deze kasstromen:    of algemeen bij een looptijd jaar als      Bij een marktrentevoet gelijk aan 10% geldt NPV(0.1) 137.24 €.  Als we de waarde van deze netto contante waarde uitrekenen voor elke mogelijke waarde van bekomen we een kromme: het netto contante waarde profiel       Indien de vergelijking NPV(r) = 0 slechts één zinvolle oplossing heeft, dan noemt men deze oplossing de interne rentabiliteit IRR [“internal rate of return”] van dit project. Voor bovenstaand voorbeeld geldt IRR  15.24% (of 0.1524°/1).