Tijdwaarde van geld

Het is duidelijk dat geld een (positieve) tijdwaarde heeft:
  • een individu verkiest consumptie nu boven een toekomstige consumptie en verwacht een beloning voor de derving van onmiddellijke consumptie,

  • wegens inflatie kan geld aan koopkracht verliezen,

  • een zekere € 1 nu wordt verkozen boven een onzekere € 1 later.

 We beschrijven eerst hoe deze tijdwaarde kan uitgedrukt worden voor één kasstroom. Hierbij gaan we in het bijzonder in op samengestelde intrestrekening, waarna ook nominale rentevoeten verrekend per deelperiode aan bod komen.

Vervolgens bekijken we de situatie waarbij meerdere kasstromen betrokken zijn. Na een algemene bespreking van annuïteiten behandelen we slotwaarde en aanvangswaarde van (constant dadelijk ingaande) postnumerando perpetuïteiten en annuïteiten. We gaan in op het gebruik van financiële functies.

We bespreken verrvolgens obligaties. Hierna komen prenumerando annuïteiten en exponentieel groeiende perpetuïteiten aan bod, met als toepassing het “Dividend Discount Model” voor aandelen.

Het gebruik en de berekening van netto contante waarde (“net present value”) en interne rentabiliteit (“internal rate of return”) komen vervolgens aan bod als investeringsbeslissingen. Daarna illustreren we al deze berekeningen in Microsoft Excel als voorbeeld van rekenblad.