Obligaties

Een obligatie is een schuldbekentenis van een bedrijf, overheidsinstelling of staat. Wanneer een dergelijke instelling geld nodig heeft, kan die een beroep doen op het publiek dat zijn spaargeld op langere termijn wil beleggen. Dat gebeurt via het uitschrijven van een obligatielening. Het bedrag dat ontleend wordt, wordt opgedeeld in kleine coupures, waarop beleggers kunnen intekenen.   Bij een gewone obligatie bestond vroeger het eigenlijke waardepapier uit een mantel (met vermelding van het betrokken kapitaal, d.w.z. de nominale waarde van de obligatie) en een couponblad, maar deze effecten werden gedematerialiseerd (i.e. zij bestaan nu slechts onder de vorm van een inschrijving op rekening). Na 31 december 2013 bleven alleen de gedematerialiseerde en de nominatieve effecten bestaan en verdween het effect aan toonder.
  • Effect aan toonder: een effect op papier, dat materieel kan worden aangehouden of op een effectenrekening kan worden geplaatst. Deze mogen vandaag niet meer materieel geleverd worden.
  • Gedematerialiseerd effect: een effect dat bij een erkende rekeninghouder op een effectenrekening wordt aangehouden.
  • Nominatief effect: een effect dat ingeschreven is in een door de emittent bijgehouden nominatief register.
De wet van 14/12/2005 voorziet in de afschaffing van de effecten aan toonder. Door het KB van 12/1/2006 wordt het werkterrein van het effectenvereffeningsstelsel uitgebreid met bepaalde vennootschapsobligaties om deze dematerialisatie mogelijk te maken (zie o.a. de site van Nationale Bank van België).  Wat de rentevergoeding betreft, zijn er verschillende mogelijkheden:
  • bij vastrentende obligaties ligt de couponrente vast tot de eindvervaldag; 
  • bij ‘floating rate notes’ wordt de rentevergoeding periodiek aangepast aan de marktrente; 
  • indien de intresten meermaals per jaar worden uitgekeerd, is deze couponrente een schijnbare d.w.z. nominale rentevoet j(q) verrekend per deelperiode; 
  • een nulcoupon obligatie heeft couponrente 0%. Er zijn geen periodieke uitbetalingen van coupons en daarom worden ze verkocht met een grote korting op de nominale waarde. In plaats van coupons ontvang je als opbrengst op de vervaldag een hogere terugbetalingswaarde.
 De werkelijke rentevoet of het actuarieel rendement  (“yield to maturity”) is de rentevoet waarbij de aankoopprijs van de obligatie gelijk is aan de actuele waarde van de bedragen die de koper als obligatiebezitter nog zal ontvangen tot de eindvervaldag.   Beschouw een vastrentende obligatie met looptijd (jaar), nominale waarde (gelijk aan de terugbetalingsprijs) , jaarlijkse couponrente  °/1 en prijs (op tijdstip 0). Noem het uitgekeerde bedrag op moment (een natuurlijk getal tussen 1 en ), dan geldt    terwijl . Het actuarieel rendement y wordt gevonden uit .  .  Deze berekening kan in Excel gebeuren via de functie RATE, YIELD of IRR.  Indien het actuarieel rendement gekend is, kan je in Excel de functie PRICE of PV gebruiken om P te bepalen. 
 Merk op dat bij een semestriële couponuitbetaling een nominale rentevoet is verrekend per semester (een semestrieel samengestelde rentevoet): , waarbij de resterende formules hierop afgestemd worden.
  Naast de couponrentevoet         en het actuarieel rendement (“rendement op eindvervaldag”, “yield to maturity”), te bepalen in Excel via o.a. = RATE, = YIELD of = IRR, bestaat ook het “lopend rendement” (Engelstalig: “current yield”), d.w.z. de coupon gedeeld door de huidige prijs:     Het behaalde rendement op één jaar wordt gegeven door     Zo is    Merk op dat      en         Sinds hun lancering in 1989 zijn deze lineaire obligaties uitgegroeid tot de belangrijkste obligatiemarkt in België. Het gaat om overheidsobligaties met gestandaardiseerde kenmerken die via veilingen geplaatst worden bij institutionele beleggers.